Is uw kind ook een beelddenker?

U krijgt de mededeling van de leerkracht dat uw kind niet zo goed meekomt of zelfs al een leerachterstand heeft. Uw kind krijgt extra aandacht en begeleiding op school. Ondanks de inspanning van gemotiveerde en bekwame leerkrachten verbeteren de schoolresultaten niet naar wens.

En toch bent u diep in uw hart overtuigd dat het kind slimmer is dan men op school vermoedt. Dat er meer in zit dan er uit komt. Aangezien u het kind als geen ander kent en heeft meegemaakt in zijn ontwikkeling voordat het naar school ging, heeft u hoogstwaarschijnlijk gelijk.

Problemen die de leerkracht signaleert kunnen zijn:

  • Dat de werkhouding te wensen over laat; het kind heeft veel stimulans nodig en werkt niet voldoende zelfstandig.
  • Dat de concentratie niet optimaal is; het kind is snel afgeleid, dromerig en niet bij de les.
  • Dat het werktempo niet hoog genoeg is; eenvoudige taken en werkjes kosten teveel tijd.
  • Dat tijdens het uitleggen in de les niet goed wordt opgelet.
  • Dat herhaaldelijk (individueel) uitleggen niet helpt.
  • Dat het leestempo en – niveau achter blijft.
  • Dat het handschrift (zeer) slordig is.
  • Dat het kind ‘nog jong en speels’ overkomt voor de leeftijd.
  • Dat het kind nogal gevoelig en snel overstuur is.
  • Dat het kind snel vermoeid is, klaagt dat het niet goed ziet, buikpijn of hoofdpijn heeft.
  • “U zegt dat uw kind een beelddenker is, maar de lesstof visueel aanbieden helpt niet”.

Waarschijnlijk zult u aspecten van dit gedrag thuis terugzien, waardoor u geneigd bent te denken dat u zich waarschijnlijk vergist heeft in de intelligentie van uw kind.

Wat de leerkracht echter niet heeft gezien is hoe het kind zich ontwikkelde voordat het naar school ging. U bent degene die de intelligentie van uw kind aan het werk heeft gezien toen het (spontaan en snel) van alles leerde. Dat bewijst dat intelligentie meer is dan wat op school getoetst kan worden. Maar er wordt meestal geen rekening gehouden met die andere vormen van intelligentie en die worden dus ook aangesproken. Talenten van kinderen worden zelden op scholen ontdekt. Het systeem is te beperkt, er is te weinig tijd en leerkrachten hebben een strak schema om de leerdoelen te halen.

Oordeelt u zelf …

Om u te helpen beoordelen of uw kind een beelddenker is kunt u het onderstaande uitgebreide overzicht van kenmerken doornemen. U zult uiteraard niet ieder kenmerk herkennen en de eigenschappen die u wel terugziet, zijn niet allemaal even sterk aanwezig. Ieder mens is verschillend en gebruikt een unieke combinatie van capaciteiten in zijn leer- en denkproces. Omdat beelddenken erfelijk is zal het mij niet verbazen als u ook veel kenmerken in uzelf of uw partner terugziet. Wetende wat u weet over uzelf, uw partner en uw kind, zal het vermoeden dat uw kind een beelddenker is al dan niet bevestigd worden. Onterecht een leerachterstand oplopen en niet uit de verf kunnen komen zal niet ten goede komen aan het zelfvertrouwen, het zelfbeeld en het geluk van uw kind. Als u tot de conclusie komt dat uw kind een beelddenker is, weet dan ook dat u hulp voor uw kind onder handbereik heeft. Wil je meer lezen over de inhoud van mijn trainingen klik dan hier. Als je een vraag wilt stellen of een afspraak wilt maken, klik dan hier.

Komt u dit bekent voor?

  • klaagt over duizeligheid, hoofdpijn, of maagpijn tijdens het lezen.
  • raakt verward door letters, getallen, woorden, volgorden of verbale uitleg.
  • klaagt over het gevoel niet-bestaande bewegingen te zien tijdens het lezen, schrijven of overschrijven.
  • lijkt problemen met gezichtsvermogen te hebben, alhoewel oogonderzoek geen afwijkingen aan het licht brengt.
  • ziet en observeert scherp, kleine veranderingen of details vallen op.
  • heeft moeite met perspectief en perifeer kijken.
  • vindt onthouden van abstracte lettertekens, woorden en begrippen moeilijk. Er kan namelijk geen beeld van worden gevormd.


  • Het leesproces lijkt maar niet op gang te komen: het kind blijft spellend of radend lezen.
  • Het technisch lezen lijkt veel lastiger dan het begrijpend lezen.
  • Lezen en schrijven worden gekenmerkt door herhalingen, toevoegingen, verplaatsingen, weglatingen, vervangingen en omkeringen van letters, getallen en/of woorden.
  • Het kind leest en herleest zonder dat de tekst goed begrepen wordt.
  • Bij het voorlezen, zegt het kind vaak iets anders dan er staat, hoewel hij/zij de strekking van de zin wel begrijpt.
  • Er is een vermoeden en/of er zijn symptomen van dyslexie.
  • Het kind leest een tekst monotoon, zonder intonatie aan één stuk door en lijkt de leestekens niet te zien.
  • Het vermogen om begrijpend te lezen blijft achter (vanwege geringe woordenschat).


  • spelt fonetisch en inconsequent.
  • heeft veel moeite met de spellingsregels.
  • maakt veel en vaak hardnekkige fouten.


  • wordt gemakkelijk afgeleid door geluiden.
  • heeft moeite met discrimineren van geluiden, raakt snel geïrriteerd door (hard) geluid.
  • neemt de informatie die het leest of hoort vaak letterlijk.


  • Het kind lijkt slecht te luisteren.
  • Het kind heeft moeite met verwerken van mondelinge informatie.
  • Het kind luistert niet gericht.
  • Het kind leert liever ontdekkend en ervarend dan via uitleg.
  • Het gebeurt vaak dat een vraag anders wordt geïnterpreteerd.
  • Een opdracht wordt vaak niet goed of maar ten dele uitgevoerd.


  • Het kind struikelt over woorden (denken gaat sneller dan spreken).
  • Spreken wordt ondersteund met gebaren (praat met de handen).
  • Het kind heeft moeite gedachten in woorden om te zetten.
  • Het kind spreekt stokkend.
  • Het kind maakt zinnen niet af.
  • Het kind spreekt lange woorden verkeerd uit.
  • Het kind verplaatst zinsdelen, woorden en lettergrepen tijdens het spreken.
  • Het kind is zeer breedsprakig en langdradig of juist zeer kort van stof.
  • Het kind heeft woordvindingsproblemen (dinges, je weet wel, die, dat, ergens, weet ik veel…);
  • Een verhaal heeft kop nog staart, springt van de hak op de tak, weinig verhaallijn, onsamenhangend, maakt grote gedachtensprongen.
  • Tijdens het vertellen of nadenken kijkt het kind omhoog of opzij.
  • Het kind heeft communicatieproblemen met de leerkracht en medeleerlingen.
  • Het kind gebruikt zelfverzonnen woorden.


  • Het kind heeft moeite met (over)schrijven.
  • Het kind heeft ongebruikelijke pengreep.
  • Het handschrift van het kind wisselt of is slordig en soms onleesbaar.
  • Het kind schrijft niet graag, heeft moeite iets op papier te krijgen.


  • is onhandig, stuntelig, ongecoördineerd, stoot, struikelt.
  • is niet goed in bal- en teamsporten.
  • heeft moeite met fijne en/of algehele lichamelijke motoriek.
  • is snel bewegingsziek.
  • verwart vaak links/rechts; boven/onder; voor/achter.
  • wiebelt veel, motorische onrust.


  • heeft problemen met automatiseren van tafels en eenvoudige rekenopgaven (t/m 20).
  • haalt +, –, x, of :, vaak door elkaar.
  • heeft een (opvallend) goed ruimtelijk inzicht; meetkunde gaat veel beter.
  • weet antwoorden, maar kan die niet op papier zetten.
  • kan wel rekenen, maar geen woordproblemen of verhaalopgaven oplossen.
  • heeft moeite met algebra en hogere wiskunde.


  • heeft een uitstekend lange-termijn geheugen als het gaat om ervaringen, locaties en gezichten.
  • kan volgorde niet onthouden en ook geen niet-ervaren feiten en informatie.
  • denkt voornamelijk met beelden en gevoel, niet met geluiden of woorden (beperkte innerlijke dialoog).
  • heeft een fotografisch korte termijn geheugen.


  • is buitengewoon wanordelijk, heel slordig.
  • is zeer precies, streeft naar perfectie, dwangmatig ordelijk, enorme behoefte aan structuur.
  • kan de clown van de groep zijn, een lastig geval of een zeer stil iemand.
  • kan dromerig overkomen.
  • komt voor de leeftijd vaak nog wat kinderlijk over.


  • is vatbaar voor oorinfecties.
  • heeft last van astma.
  • is gevoelig voor bepaalde soorten voeding en (chemische)toevoegingen (allergieën, eczeem).
  • slaapt heel vast of heel licht.
  • heeft een ongebruikelijk lage of hoge pijngrens.


  • was vroeg of laat met kruipen, lopen, zindelijkheid (lang bedplassen), praten.
  • deed lang of zeer kort over leren fietsen, veters binden, knoopsluitingen, e.d.
  • heeft een sterk, soms overdreven, gevoel voor rechtvaardigheid.
  • is overgevoelig, emotioneel kwetsbaar, snel overstuur of in paniek.
  • heeft een sterke intuïtie.
  • heeft gevoel voor humor.
  • is een harde werker, doorzetter.
  • is faalangstig en onzeker.
  • heeft een lage frustratiedrempel.
  • De  kenmerken worden erger onder tijdsdruk, emotionele spanning, pijn of ziekte.
  • wil dat etiketten uit kleding wordt geknipt; harde stiksels, naden en ruwe stoffen irriteren.


  • heeft een gebrekkig tijdsbesef, heeft moeite met op tijd zijn.
  • is goed in het terugvinden van een weg of plaats.
  • heeft moeite met ordening in tijd, ’s morgens, ’s middags, eergisteren, overmorgen.
  • kan links en rechts moeilijk onderscheiden.
  • kan niet goed klokkijken; heeft lang geduurd voordat klokkijken goed ging.
  • heeft moeite met dingen leren of doen die een bepaalde volgorde vereisen.


  • heeft de neiging om snel tevreden te zijn over eigen prestaties.
  • heeft moeite om de hoeveelheid werk te overzien en te ordenen.
  • heeft moeite om het werk systematisch en planmatig aan te pakken.
  • heeft moeite om werk af te maken of te beginnen.
  • is chaotisch en vergeetachtig.
  • is vindingrijk, kan met verrassende oplossingen komen.
  • lijkt vaak ongeïnteresseerd.
  • droomt vaak weg. Heeft een levendige fantasie.
  • heeft weerstand tegen het zelf nakijken van gemaakt werk.
  • verliest snel de aandacht bij een verhaal. Woorden roepen namelijk beelden op en door die beelden raken ze afgeleid.
  • wordt bestempeld als lui, dom, onverschillig, onvolwassen, of als iemand die “niet zijn best doet of “gedragsproblemen heeft”.
  • heeft een korte spanningsboog (snel afgeleid zijn).


  • klaagt vaak over: hoofdpijn, buikpijn of andere psychosomatische klachten.
  • heeft moeite om zich aan afspraken en regels te houden.
  • is nieuwsgierig.
  • heeft een wisselend prestatiepatroon.
  • heeft een zeer sterk empatisch vermogen, sociaal bewogen.
  • is organisatorisch gehandicapt.
  • is hoger of hooggevoelig (HSK).
  • is heel creatief, muzikaal, kunstzinnig, sportief.